Na haar studie stedenbouw startte ze bij Kubiek. Ontwerpen, dat wist ze zeker, dat wilde ze. Maar tegelijk voelde ze ook dat er meer achter een goed plan zit dan alleen een sterk ontwerp. Voor Merel was dat precies de reden om bij Kubiek te starten.
“Wat mij aantrok, was de mix van stedenbouw en ruimtelijke ordening,” vertelt ze. “Bij stedenbouw ontwerp je. Maar ruimtelijke ordening gaat over de regels, de onderbouwing en alles wat nodig is om een plan mogelijk te maken. Juist die combinatie maakt het interessant.”
Tijdens haar studie kwam ruimtelijke ordening maar beperkt aan bod. “Het eerste jaar had ik er een beetje mee te maken, maar daarna eigenlijk niet meer,” zegt ze. Toen ze bij Kubiek begon, veranderde dat direct. “Ik schrijf nu principeverzoeken en werk aan omgevingsplannen en vergunningen. Dat kende ik nog niet.”
In het begin was dat zoeken. Nieuwe termen, nieuwe processen, nieuwe verantwoordelijkheden. “In het begin stel je veel vragen,” vertelt ze. “Maar naarmate je meer begrijpt, kun je steeds zelfstandiger werken.” Juist daar zit voor haar de groei. “Dan schrijf je zelf een onderbouwing en zie je dat het klopt. Dat maakt het leuk.”
Die ontwikkeling gaat snel, merkt ze. Niet door theorie, maar door het werk zelf te doen en steeds meer verantwoordelijkheid te krijgen.

Die nieuwe kennis verandert ook hoe ze naar haar eigen vak kijkt. Waar ze eerst vooral vanuit ontwerp dacht, kijkt ze nu ook naar haalbaarheid. “Als je ontwerpt en je neemt meteen zaken mee zoals parkeren, bodem of veiligheid, dan voorkom je later problemen. Je ziet eerder wat wel en niet kan.” Daardoor maakt ze andere keuzes in haar ontwerp. Keuzes die niet alleen ruimtelijk kloppen, maar ook uitvoerbaar zijn.
Precies waar Kubiek voor staat: ontwerpen en haalbaarheid gaan hand in hand.
Een project waarin dat voor haar samenkwam, is Slichtenhorst. Daar werkte ze aan een kaart waarin de kwaliteiten en wensen van het gebied zijn vertaald naar een ruimtelijk voorstel. “Als ik daarmee bezig ben, merk ik echt: dit vind ik leuk.”
De uitdaging zat in het combineren van belangen. Aan de ene kant de visie van de gemeente, aan de andere kant de wensen van de omgeving. “We hebben gekeken: waar kunnen dingen wel, zonder dat je de kwaliteiten van het gebied aantast?” Het vraagt om afwegen en keuzes maken. “Het is een beetje geven en nemen. Maar juist dat maakt het interessant.”
Als het resultaat er ligt, voelt dat ook zo. “Dan ben ik echt trots. En krijg ik zin om meer van dit soort projecten te doen.”
Wat haar eerste jaar typeert, is de ruimte om te ontdekken wat bij haar past. “Ik kwam binnen voor stedenbouw, maar gaf ook aan dat ik me wilde verbreden. Die ruimte heb ik echt gekregen.” Volgens haar maakt dat Kubiek een sterke plek voor starters. “Je kunt hier ontdekken wat je leuk vindt en ondertussen werk je gewoon aan echte projecten. Dat maakt het niet alleen leerzaam, maar ook leuk.”
Na een jaar ligt er een stevige basis. En juist daardoor ontstaat er ruimte om opnieuw te kiezen. “Ik wil me nu weer meer focussen op stedenbouw. Maar dan met de kennis die ik nu heb.” Die stap voelt logisch. “Je begrijpt beter hoe het hele proces werkt. Daardoor kijk je anders naar je ontwerp. Het wordt gewoon sterker.”
Voor starters heeft ze een helder advies. “Je krijgt hier de kans om te groeien en je eigen richting te ontdekken. Als je nieuwsgierig bent en wilt leren, zit je hier goed.”